Verslag A.L.V. 20 juni 2011
Circa 20 leden en belangstellenden werden in sociaal cultureel centrum De Ploeg in 't Goy verwelkomd door UVKK-voorzitter Cees Boonacker. Deze locatie in 't Goy is gekozen omdat De Ploeg het 26ste en jongste lid is van de UVKK.
Net als de vorige jaren werd ook deze keer de algemene ledenvergadering (ALV) gecombineerd met een themadeel. Deze keer was dat de Structuurvisie van de provincie. In verband hiermee waren als gasten aanwezig de gedeputeerde Bart Krol en beleidsmedewerker Ineke Schartman.
Roos Verboog, masterstudent sociologie aan de Universiteit Utrecht, was uitgenodigd om aan het begin van de ALV kort iets te vertellen over het onderzoek dat ze heeft gedaan naar de bijdrage van dorpshuizen en belangenorganisaties aan de leefbaarheid in hun dorpen. Aansluitend daarop heeft ze gekeken naar de rol van de UVKK.
Gedeputeerde Krol en de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie
Gedeputeerde Bart Krol, hoofdgast op deze avond, heeft al sinds 2007 de Ruimtelijke Ordening in zijn portefeuille. De overgang van het Streekplan naar een Structuurvisie in 2008 heeft hij dus van nabij meegemaakt. En uit de jaren daarvoor als wethouder weet Krol nog heel goed hoe in de ruimtelijke ordening de verhoudingen lagen tussen de gemeente en de provincie. 'Het was alsof je met je water naar de dokter moest, ' zo kijkt hij terug op de relatie tussen gemeente en provincie in die tijd.
'Door de komst van de Structuurvisie zijn de verhoudingen nu gelijkwaardiger, ' aldus de Gedeputeerde. De Structuurvisie staat in de stukken omschreven zelfbindend en vormvrij, dit betekent dat de provincie een hele eigen visie opstelt, zonder daarin ook eisen of voorwaarden aan anderen te vermelden. Vormvrij wil zeggen dat het zowel beknopt als heel gedetailleerd kan, dat bepaalt de provincie zelf. Minder vrijblijvend is de provinciale ruimtelijke verordening (de PRV), die de provincie instrumenten biedt om sturend op te treden. En zo nodig zelfs het voortouw te nemen als een gemeente op onderdelen tekortschiet.
Met de Structuurvisie heeft de UVKK een actueel onderwerp te pakken, blijkt wel als Krol de totstandkoming van de Structuurvisie (PRS) toelicht. Want begin juli wordt in de Gedeputeerde Staten al een besluit genomen over het Voorontwerp, tot medio oktober kan er nog op gereageerd worden. Daarna volgt een soortgelijke procedure voor de aansluitende verordening (PRV) en staat de vaststelling van het geheel eind volgend jaar gepland. Er is dus nog gelegenheid te over om mee te denken en te reageren. Wie zich verder wil oriënteren kan terecht op een speciale website die de provincie Utrecht hierover heeft opgezet: www.puzzelenmetdeprovincie.nl
Krol vertelde dat hij zich als een van de weinige Gedeputeerden voor ruimtelijke ordening (nog) niet druk hoeft te maken over krimp in zijn provincie. Utrecht is nog steeds booming wat woningbouw betreft en gewild als vestigingsplaats vanwege de centrale ligging in het land. Zijn inschatting is dat het keerpunt naar krimp in Utrecht nog wel 20 tot 30 jaar op zich zal laten wachten. Van 2013 tot 2025 moeten er in de provincie 63.000 huizen bij komen, tweederde daarvan moet binnen de rode contouren gebeuren. En wordt het platteland zo veel mogelijk ontzien.
In het voorontwerp van de Structuurvisie staat daarover het volgende: 'De leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Vooral het verenigingsleven en de instandhouding ontmoetingspunten zoals een basisschool of dorpshuis zijn belangrijk voor de sociale cohesie in de kern. Door gezinsverdunning en het wegtrekken van veel jongeren is het voortbestaan van deze voorzieningen onzeker. Helaas is uitbreiding van de kern met woningen meestal niet de oplossing voor deze problematiek. Voor kleine kernen in onze provincie hanteren we dezelfde lijn als voor andere kernen, namelijk dat eerst moet worden gekeken naar de mogelijkheden binnen de actuele rode contouren alvorens er van uitbreiding sprake kan zijn. Ook de ruimtelijke mogelijkheden (landschap, bodemgesteldheid) spelen hierbij een rol.
Via een dorpsvisie zou, vanuit een kwalitatieve invalshoek, kunnen worden aangegeven welke knelpunten er zijn en hoe deze op te lossen zijn. Voor wat betreft voorzieningen, (mantel)zorgwoningen etc. binnen de rode contour zijn de gemeenten aan zet.
Bij ontwikkelingen (woningbouw) buiten de contour, in het landelijk gebied zijn we terughoudend. In de PRV komen algemene regels hoe hier mee om te gaan (zie landelijk gebied)'
De Gedeputeerd wees op de paradox tussen de intenties om het platteland te ontzien wat bouwplannen aangaat en de behoefte in kleine kernen om meer woningen te bouwen om de voorzieningen in het dorp overeind te kunnen houden. En het gegeven dat, ondanks de groei in de provincie als geheel, sommige dorpen al wel met krimp te maken hebben. Als voorschot op de discussie vroeg hij zich hardop af of woningbouw nou echt de enige oplossing is om die dorpen leefbaar te houden. Dat ze daar in de dorpen overigens heel genuanceerd over denken, bleek even later toen in twee subgroepen werd gediscussieerd over een tweetal stellingen van Krol over het belang van woningbouw en sociale cohesie.
Hieronder de twee stellingen en een korte toelichting van de Gedeputeerde, waar tijdens het themadeel van de bijeenkomst over gediscussieerd is:
Stelling 1:
• Om de leefbaarheid in kleine kernen te versterken is het uitbreiden van het aantal woningen essentieel
Uit ons onderzoek blijkt dat bijbouwen niet de oplossing is voor het probleem van leefbaarheid. Door wegtrekkende jongeren is het moeilijk om de sociale voorzieningen te laten voortbestaan dat zorgt voor de achteruitgang van de leefbaarheid. Eerder moeten er voorzieningen gecreëerd worden die ervoor zorgen dat het gebied aantrekkelijk blijft voor jongeren om te blijven wonen.
Stelling 2:
• De sociale samenhang / het verenigingsleven in de kleine kernen is sterk genoeg om het platteland leefbaar te houden
Het verenigingsleven is essentieel voor de leefbaarheid in kleine kernen (zie boven). Echter blijft dit sterk genoeg wanneer de vergrijzing toeneemt, en wat kunnen wij doen om hiervoor te zorgen?
Uit de discussies werd heel duidelijk dat het uitbreiden van een dorp alleen geen Haarlemmerolie is voor alle bedreigingen van de leefbaarheid. Toch kan een gefaseerde woningbouw op maat heel essentieel zijn, bijvoorbeeld vanwege de vergrijzing en ontgroening waar dorpen mee te maken hebben. De bouw zou in een dergelijke situatie gericht moeten zijn op het behoud van een evenwichtige samenstelling van de dorpsbevolking, werd geconcludeerd.
Ook de kracht van het verenigingsleven en de mate van sociale cohesie in dorpen staan niet op zichzelf, bleek al snel. Die zijn op het platteland, wellicht meer sluipenderwijs, maar evengoed aan erosie onderhevig als in een meer stedelijke omgeving. Vandaar dat leefbaarheid en sociale cohesie ook in kleine kernen vraagt om de nodige zorg en aandacht. De zorg voor het in stand houden van bepaalde voorzieningen kan daar een onderdeel van zijn.
Ruimtelijke ordening en leefbaarheid staan kortom niet los van elkaar. Ze zijn op diverse manieren met elkaar verweven, hoe die twee op elkaar inwerken kwam tijdens de discussies naar voren en ook in voorbeelden die uitgewisseld werden.
Leefbaarheid is daarom veel meer dan een bouwopgave, en woningen bouwen in de kleine kernen is niet de oplossing voor alle kwalen, die twee wijsheden nam hij mee, aldus de Gedeputeerde ter afsluiting. Geen hijgerigheid om meer te kunnen bouwen, maar het beter benutten van de bestaande bebouwing en kijken naar mogelijk hergebruik van gebouwen, de ideeën die daarover naar voren werden gebracht, spraken hem aan.
Wat Krol ook getroffen had was de opmerking van iemand dat het sociale leven in een dorp draait om mensen die 'iets met hun dorp hebben'. Dat kunnen dorpsbewoners zijn die er hun hele leven al wonen, maar ook nieuwkomers die er heel bewust voor gekozen hebben om in een kleine dorpsgemeenschap te wonen.
Als dank voor zijn bijdrage aan deze avond namen de Gedeputeerde en beleidsmedewerker Ineke Schartman een mand met streekproducten en een welgemeend applaus in ontvangst.
Huishoudelijk gedeelte
Na een korte pauze is aansluitend de Algemene Leden Vergadering gehouden. Daarin kreeg Roos Verboog de gelegenheid om in vogelvlucht iets te vertellen over het onderzoek dat zij de afgelopen maanden heeft uitgevoerd in opdracht van de UVKK en als afstudeerwerkstuk van heer studie sociologie op de Universiteit Utrecht. Bij dit onderzoek stond de leefbaarheid in kleine kernen centraal. Roos heeft circa 20 dorpsorganisaties gevraagd op welke wijze zij daaraan een bijdrage leveren. Maar is ook op zoek gegaan naar de wijze waarop de provinciale UVKK hen daarbij ondersteunt. En belangrijker nog dat in de toekomst zou kunnen verbeteren. Het bleef bij een tipje van de sluier, Roos Verboog gaf heel kort de hoofdpunten van haar bevindingen aan. Op de themabijeenkomst van 12 september in Langbroek zal ze uitgebreider ingaan op de bevindingen. Leo van den Hoek kondigde namens de UVKK aan dat het bestuur op die bijeenkomst in september ook een strategienota van de UVKK voor de komende drie jaar zal presenteren. En nodigde de aanwezigen alvast van harte uit om dan opnieuw aanwezig te zijn.
Na een toelichting van de voorzitter werden het secretarieel jaarverslag 2010 en het financieel jaarverslag 2010 goedgekeurd. Na het voorlezen van een positief rapport van de kascommissie over de cijfers van 2010 en de begroting voor 2011, werd ook dit goedgekeurd. En kon onder instemmend applaus Kees Overbeek benoemd worden tot nieuw bestuurslid. Afsluitend stemden de leden er mee in om gedurende het komende jaar kandidaat bestuursleden te werven en deel te laten nemen aan de bestuursvergaderingen.